Van een oud verlaten schoolgebouw met tien man op zaal, naar een driesterrenhotel met eigen sanitair. Het is de nieuwe locatie van de noodopvang van het Leger des Heils in hotel Andante in Scheveningen. Toch lijken de omstandigheden met deze upgrade niet ideaal voor de bewoners. “Ze geven je gewoon keiharde gehaktballen.”

“Hoe laat is het? Kun je het nummer van de reclassering bellen? Ik moet even tegen ze blaffen!”, schreeuwt Chris met een plat Haags accent tegen een hulpverlener. Chris is een kale man op middelbare leeftijd, met een grijze hoodie en zwarte spijkerbroek. Hij is één van de bewoners van de 24-uurs opvang van het Leger des Heils. Hij probeert een eigen telefoon te regelen bij de reclassering, tot nog toe zonder succes.

Op steenworp afstand van het Scheveningse strand ligt hotel Andante. Het is net te ver gelegen om de zee te kunnen horen, maar de krijsende meeuwen verraden dat je er niet ver vandaan bent. 

Via de nooduitgang, een ijzeren trap aan de achterzijde van het hotel, die via een smal zandpaadje te bereiken is, kom je bij de noodopvang van het Leger des Heils. Hier verblijven op de eerste en tweede verdieping de nog 23 van de 95 daklozen die tijdens de coronacrisis in het hotel zijn opgenomen. De begane grond, waar sinds juni weer gasten verblijven, is verboden terrein.

Casino wit en doosjes hagelslag

 Het is stipt negen uur ’s ochtends als de eerste bewoners wakker worden en naar de ingang druppelen voor een kop koffie en een peuk. Op de gang staat een met vuilniszakken bedekte tafel, die dienst doet als ontbijttafel, uitgestald met plastic bordjes en bestek, een rieten mandje met een brood casino wit, wat doosjes vlokken en hagelslag, een thermoskan koffie en een pak melk.

Kamernummer 73 doet dienst als kantoor van het Leger des Heils. De twee eenpersoonsbedden die er stonden, zijn aan de kant geschoven en afgedekt met plastic. Er staat een koelkast, een koffiezetapparaat, en sinds kort de nieuwste aanwinst: een tostiapparaat.

Een zwart vierkant tafeltje, waar net een laptop en een clipboard met de absentielijst van de bewoners op past, fungeert als bureau. Aan tafel zit Maurits Grinwis, woonbegeleider bij het Leger des Heils. Sinds de coronacrisis werkt hij vanuit het hotel.

 Maurits zegt dankbaar te zijn voor de gastvrijheid van het hotel en alle hulp die ze kregen bij de verhuizing van de Twickelstraat, de winteropvang van het Leger des Heils in een oud schoolgebouw. “Zeker in het begin zette iedereen zich in er iets moois van te maken en er hing een goede sfeer. Het is bewonderenswaardig wat we in zo’n korte tijd hebben neergezet.” 

Luidruchtige bewoners 

Niet iedereen was even blij met de nieuwe bestemming van het hotel. Omwonenden klaagden over luidruchtige bewoners, het drank- en drugsgebruik en dat ze zich niet meer veilig voelden in hun eigen wijk. Ook deed zich een incident voor met een voorbijganger die opvang zocht. Maurits: “Hij ging door het lint, omdat hij niet naar binnen mocht. Maar dit is geen aanlooplocatie. Iedereen moet zich aanmelden bij het daklozenloket en voor opvang geldt een wachtlijst.” Hij heeft behoorlijk stampij gemaakt, en met een stoel een ruit ingegooid. Uiteindelijk is de man opgepakt door de politie.”

De incidenten zijn volgens Maurits te verklaren, omdat het hotel niet bedoeld is als opvang. “Dit is een noodvoorziening, en door de coronacrisis is dagbesteding niet mogelijk. Bewoners werd verzocht zoveel mogelijk binnen te blijven. Dan krijg je al snel irritaties. Je merkt dat mensen niet gemaakt zijn om alleen te zijn, dan zie je toch dat ze elkaar opzoeken. Vooral de haantjes wilden zich bewijzen.”

Ook was er, zeker in het begin, een gebrek aan beveiliging in het hotel. “Er werden extra rondes gedaan in en rondom het pand en ook werd handhaving ingezet”, vervolgt Maurits. ‘En sinds een week is de trap bij de ingang voorzien van een houten schutting, omdat een buurman klaagde dat bewoners in het zicht staan als ze buiten roken. Daar zijn we wat minder blij mee, want het belemmert het zicht op wie er binnenkomt. Je wilt toch op je hoede zijn.’

Op 29 mei stuurt de gemeente een brief naar alle omwonenden dat alle bewoners van het Leger des Heils voor 1 september hotel Andante moeten verlaten. “We hadden toen nog geen idee waar we iedereen konden herplaatsen en hoelang de coronacrisis nog zou duren”, zegt Maurits. “Hierdoor hebben de buurtbewoners in ieder geval een datum om naartoe te leven.” Een dag later kreeg het Leger des Heils de mededeling van de gemeente alle bewoners van de hoogbouw over te plaatsen naar een ander hotel: Bella Vista, dat aan de overkant van Andante is gelegen.

“Je merkt dat mensen niet gemaakt zijn om alleen te zijn, dan zie je toch dat ze elkaar opzoeken. Vooral de haantjes wilden zich bewijzen”

Kromme vingers

Buiten zit Shanna op de veranda in de zon een sigaretje te roken. Ze leunt met haar voeten op een houtstronk die dienst doet als tafeltje. “Dit is best lekker toch?”, zegt Shanna met een zware rokersstem. Zenuwachtig kijkt ze op haar telefoon.

 Sinds maart staat Shanna op straat, omdat haar oudste zoon haar niet meer in huis wilde hebben. “Sinds hij een nieuw vriendinnetje heeft, is het huis te klein om mij erbij te hebben.” Vier jaar geleden kwam Shanna vanuit Aruba terug naar Nederland. Ze had heimwee naar haar kinderen. “Ik moest gewoon bij mijn kinderen zijn, ook al is het moeilijk hier voor mij een bestaan op te bouwen.”

Een week voor de lockdown werd afgekondigd, vond ze werk bij de thuiszorg. Daar werkt ze nu vijf dagen per week. Shanna heeft last van reuma, wat het werk extra zwaar maakt. “Maar het is het enige wat ik kon vinden, omdat ik nooit een opleiding heb gehad. De dokter zei dat ik beter in Aruba had kunnen blijven”, zegt Shanna. Ze steekt haar handen uit en laat haar kromme vingers zien. “Het klimaat in Nederland maakt het er niet beter op.” 

Shanna schaamt zich voor haar situatie en wil niet afhankelijk zijn van anderen. “Het is vernederend hulp te moeten vragen”, zegt ze. “Vernederend een kamer te moeten delen.” Het is nog onzeker waar ze naartoe gaat als ze hier voor september weg moet. Die onzekerheid geeft stress. “Instanties willen me niet helpen, omdat ik geen psychische klachten heb en zeggen dat ik daarom zelf een woning moet regelen.”

Het is voor Shanna moeilijk de dagen door te komen. Thuiskomen van werk is al lastig. “Al wanneer ik in de tram zit terug naar het hotel word ik depressief. Ik zou naar het strand kunnen gaan. Maar zodra ik ‘thuis’ ben, voel ik me zo lusteloos dat ik mijn kamer niet meer uitkom.” De wekker op haar telefoon gaat af, tijd om naar werk te gaan.

De coronatest

Het is kwart over één. Wim, een verpleegkundige, die wekelijks rondes doet door Den Haag om daklozen op hun gezondheid te controleren, komt gehaast binnen en zet zijn zwarte dokterstas op een stoel in het kantoor. “Hoe gaat het hier? Is er nog nieuws?” Wim komt als geroepen. Bewoner Martin is ziek en ligt sinds vanochtend met buikpijn op bed. Na een korte check van Wim komt het advies Martin te laten testen op corona. Maar Martin wil niet. “Ik moet ervandoor!”, roept Wim. “Ik ben al laat en wil om drie uur de bankjes langs!” Wim doelt op de daklozen die op straat leven.

Nog geen vijf minuten later komt Martin schoorvoetend zijn kamer uit. De Ghanese Martin woont sinds drie weken in het hotel. Na zijn vrijlating uit de gevangenis is hij direct naar de opvang van het Leger des Heils gegaan. “Ik haat dokters!”, zegt Martin geïrriteerd. Martin ploft neer op een grijze stoel in het kantoor en neemt met tegenzin de telefoon aan van Maurits, die hem overtuigt de huisarts te bellen voor een coronatest. “Ik heb echt geen corona!”, snauwt hij naar Maurits. 

Het leger des Heils werkt met strikte protocollen betreft corona. Quarantaine is haast onmogelijk in het hotel. Eén besmetting kan betekenen dat de hele groep besmet raakt. Alhoewel testen niet kan worden verplicht, behouden ze het recht bewoners te ontslaan om de rest van de groep te beschermen.

Sinds drie weken woont Martin in het hotel. “Ze zijn hier wel goed voor me. Maar ik wacht al twee jaar op hulp van de GGZ. Ik slik antipsychotica, krijg ambulante zorg. Maar het gaat alleen maar slechter met me. Ik had al lang geholpen moeten worden.” Zelf geeft hij aan dat je hem niet wil meemaken als hij zijn medicijnen niet neemt. “Martin zou hier niet moeten zijn. Wij zijn niet in staat hem de juiste begeleiding te geven”, zegt Maurits. “We kunnen hem hier niet helpen met zijn problemen. Dit is een noodopvang, dan kom je op de grote hoop terecht.”

“Zie je wel dat ik geen corona heb?” Van de huisarts hoeft Martin zich niet te testen, omdat de klachten zich beperken tot buikpijn en misselijkheid. “Het komt gewoon van die pasta van gisteren”, zegt Martin lacherig nu hij weer is gekalmeerd. 

Hagelwitte lakens

Vol trots laat Francien haar kamer zien. Francien is een tengere vrouw op middelbare leeftijd, met dun en kort haar en een getekende huid met diepe, grove lijnen. Tevreden staart ze naar buiten vanuit haar onopgemaakte bed met de hagelwitte lakens, langs de dennenboom, over de Scheveningse daken.

Francien heeft altijd fijn gewoond in haar seniorenwoning in Duivenvoorde, Leidschendam. “Totdat ik een dove buurman kreeg die weigerde een gehoorapparaat in te doen. Hij maakte herrie, en draaide harde muziek tot diep in de nacht.” Francien was vaak thuis, omdat ze arbeidsongeschikt is verklaard vanwege haar chronische bronchitis. “Ik werd helemaal gek en kwam niet meer aan mijn rust toe.”

 “Kom bij mij wonen”, stelde een vriend voor. Dat ging een hele tijd goed en samen deelden ze de kosten. Totdat hij zijn baan als taxichauffeur verloor. Omdat ze samen het huis deelde, werd hij gekort op zijn uitkering. “Hij vroeg me meer huur te betalen, maar dat kon ik niet betalen. Samenwonen werd onhoudbaar en ik belandde op straat.”

Op 15 maart 2020 kwam Francien via het Leger des Heils terecht bij de winteropvang aan de Twickelstraat in Den Haag, waar ze uiteindelijk drie dagen heeft gezeten. “Ik voelde me daar helemaal niet veilig en moest een kamer delen op een gymzaal met zeven andere vrouwen. Ik belandde in een depressie.” Drie dagen later werd ze overgeplaatst naar hotel Andante, waar ze op de kamer kwam met Shanna.

Inmiddels heeft Francien haar rust weer gevonden in het hotel. Ze is blij met de contacten die ze heeft en houdt er zelfs vrienden aan over. “Gister kwam een vriendin langs die naar Groningen is overgeplaatst. Ze had roti meegenomen, omdat ze weet dat het eten hier zo vies is.”

Omdat Francien 55-plus is, krijgt ze voorrang op een doorstart. Binnenkort kan ze naar de vrouwenopvang van het Leger des Heils en mag daar blijven totdat er plek vrijkomt bij een seniorenwoning. Ze kijkt uit naar de nieuwe locatie. 

Keiharde gehaktballen

Om stipt zes uur is het avondeten klaar. Twee hulpverleners lopen langs de kamers en bonken op de deuren om het eten langs te brengen. “Eten!” Het is vandaag pasta met champignons wat de pot schaft. Maar 19 van de 23 bewoners bedanken voor het eten. Ook Shanna die net thuiskomt van werk past voor het eten. “Ik hoef niet hoor!”, roept ze al lopend door de gang en trekt een vies gezicht.

Bewoners geven aan dat het eten vies is en er ziek van worden. “Je krijgt gewoon keiharde gehaktballen,” zegt Shanna. “Soms is het eten zelfs nog rauw of helemaal bevroren”, voegt ze eraan toe. Ook Francien klaagt over het eten. “Ik krijg buikpijn van het eten, ik word er misselijk van en krijg last van diarree.” 

Maurits herkent de problemen omtrent het eten, maar zegt dat ze het moeten doen met wat ze hebben. “Je bent toch te gast in het hotel, en moet je daarom houden aan de regels die zijn opgelegd. En voor het eten zijn we van het hotel afhankelijk. Natuurlijk willen we een magnetron voor de bewoners, zodat ze ook eigen eten kunnen opwarmen. Maar elektrische apparaten zijn verboden. We zijn overigens wel blij met onze nieuwe tostiapparaat!”

Het is half negen ’s avonds, en de bewoners komen langzaamaan thuis, ruim voor de avondklok ingaat. Ook Chris komt binnen, terug van de reclassering, met een goed gemutst humeur. Binnenkort krijgt hij zijn eigen telefoon. “Mag ik effe op internet? Ik moet mijn saldo checken!”, vraagt hij blij. “Ah nog veertien euro! Negen euro meer dan ik dacht!”

Laat een bericht achter