‘Ik kijk geen nieuws’, zegt hij stellig, terwijl we op het eten zitten te wachten. Eigenlijk weet ik nu al dat het niks is. Eigenlijk wist ik het al toen hij van de tramhalte kwam aangelopen en me groette met dat Haagse accent van hem. Maar dat was misschien nog overkomelijk.

Nu heb ik er op zich niet zo’n probleem mee als iemand geen nieuws kijkt, al zit je hier tegenover een journalist, als het maar met de juiste argumenten wordt onderbouwd. Waar ik wel moeite mee heb, is dat iemand op basis van een beetje koppensnellen een ongezouten en ongefilterde mening fundeert, zoals in het geval van mijn date hier. Ik, die zowat opstaat en weer naar bed gaat met het nieuws, druk de ene onwaarheid na de andere de kop in van mijn date. Vooralsnog vindt hij dat wijs en sexy, en neemt hij in alle aannemelijkheid alles wat ik zeg aan voor waar. Toch lief van hem.

Mijn date heet Sebas en komt uit Zoetermeer. Iets waar hij op zich niks aan kan doen, maar gelukkig is hij bereid all the way naar mij toe te komen zodat ik er niets van hoef te merken. Ik ken Sebas van de speeddate, waarbij ik mezelf vooraf plechtig had beloofd niet te kieskeurig te zijn en op zijn minst één naam moest aankruisen. Sebas was dat ene kruisje. Zijn accent was me toen ontgaan.

‘Ik ben een rebel, als de rest het doet doe ik het niet’

Voor de date neem ik Sebas mee naar een nieuw tentje waar ze simpele gerechtjes en shakes serveren. Een soort veredelde snackbar, met fancy flats, wings, dips en sides, en waar alles in het Engels op het menu staat. Niet te sjiek, maar ook geen vreetschuur. Bovendien serveren ze er geen alcohol, waardoor ik mij de beschamende versie van mezelf bespaar als ik weer eens te veel zuip. Perfect voor een eerste date. En is het niets, dan kan Sebas zijn vingers aflikken in de eerste de beste tram terug naar Zoetermeer.

Maar nog voor het eten bezorgd is, heb ik spijt. Los van het feit dat mijn date het nieuws niet volgt, hij lijkt in bijna alles wereldvreemd. Nog erger, hij is er trots op.
‘Ik ben een rebel, als de rest het doet doe ik het niet’, zegt hij.
Het woord FOMO is hem vreemd. Sebas is iemand die een cd’tje opzet en deze van begin tot eind afluistert, of op YouTube een liedje opzoekt waarbij hij in zijn repertoire blijft steken tot het jaar 2000. Streaming diensten doet hij sowieso niet aan. Behoefte nieuwe muziek te ontdekken heeft hij ook niet. Sebas is er tevens van overtuigd dat Armin van Buuren anno 2020 nog steeds de beste dj van de wereld is.

Wanneer ter sprake komt dat ik naast mijn werk als journalist ook werk als fotograaf, haalt Sebas vol enthousiasme zijn telefoon tevoorschijn om zijn eigen foto’s te laten zien.
‘Kijk, mooi hé? Kijk dan hoe scherp!’, pronkt hij trots, terwijl hij door zijn vakantiefoto’s swipet op zijn allernieuwste Huawei P30 Pro met Leica Quad camera; een 40-megapixel camera met 10x Hybrid Zoom, een 8-megapixel camera met periscopische zoomlens en een 20-megapixel camera met Ultra Wide Angle lens, voorzien van een speciale Time-of-Flight camera die een driedimensionaal beeld creëert met ongekende scherpte en professioneel bokeh-effect.
In plaats van een mooie foto kijk ik hier naar een foto van een mooie berg, met mooi licht, vastgelegd met een hele mooie telefoon.
‘Ik zit erover te denken mijn foto’s te verkopen, iedereen zegt dat ik zulke mooie foto’s maak’, voegt hij eraan toe.
Ooit hoopt hij zijn werk als consultant bij een gerenommeerd softwarebedrijf op te zeggen om zich volledig te wijden aan fotografie. Mij rest niets dan in te stemmen dat hij inderdaad hele mooie foto’s maakt.

De hapjes en shakes zijn inmiddels geserveerd en verorberd, en wanneer Sebas eindelijk klaar is met zijn tirade over zijn liefde voor bananenmilkshakes stelt hij voor nog ergens een drankje te doen. Ik pas.

‘Corona? Pfff… Daar ben ik niet bang voor hoor. Dat griepje komt écht niet naar Nederland’

Zo lief als hij is, wil hij me nog wel bij de tramhalte afzetten. Tijdens de wandeling ernaartoe voel ik al aankomen dat er van zijn kant een afscheidszoen aan zit te komen, gezien hij meerdere keren laat doorschemeren dat hij me leuk vindt. Dit geeft mij genoeg tijd het sporadische kuchje, het restant van mijn griepje van vorige week, nog even aan te zetten en te dramatiseren. Ik moet Sebas natuurlijk niet aansteken met al die nare bacillen van mij. Stel je voor dat het corona is. Je weet wel, dat griepje uit China.
‘Corona? Pfff… Daar ben ik niet bang voor hoor. Dat griepje komt écht niet naar Nederland’, zegt Sebas.

Het moment breekt aan waarbij onze wegen scheiden, waar ik naar mijn huis ga en Sebas naar de zijne.
‘Zie ik je nog?’ vraagt Sebas. In een lichte aarzeling komt hij dichterbij in de hoop antwoord te vinden in een instemmende blik voor die afscheidszoen.
Als blijkt dat mijn kuchje niet de gewenste resultaten heeft opgeleverd, gooi ik alles in de strijd door met alle kracht mijn longen binnenstebuiten te keren.
‘Corona, corona!’, schreeuw ik.
‘Ach meisje toch… je bent echt nog ziek hé? Bikkel ben je dat je vanavond toch nog met me wilde afspreken!’, zegt Sebas. ‘Ga maar gauw naar bed meisje.’

Laat een bericht achter